/geschiedenis
Korte geschiedenis van de Vrijmetselarij in Eindhoven

 

De Vrijmetselarij neemt in de 18e eeuw, ten tijde van de Verlichting, vastere vormen aan en spiegelt zich aan de middeleeuwse bouwcorporaties -in het bijzonder de steenhouwergilden- door het systeem van leerling, gezel en meester te incorporeren, waarbij veel van de christelijke symboliek doorwerkt. Vooral aristocraten en hoge militairen treden tot de (soms ambulante) loges toe.
In de 19e eeuw wordt ook de bourgeoisie toegelaten en het feit dat prins Frederik der Nederlanden (1799-1881) 65 jaar lang Grootmeester is geeft de Orde aanzien.
Wanneer tegen het einde van de eeuw andere geestesstromingen zoals theosofie, antroposofie, mystiek et cetera veel terrein winnen, werken deze denkbeelden in de Vrijmetselarij door en leiden tot nieuwe werkwijzen en obediënties met aangepaste ritualen zoals de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus en Orde van de Tempel.

In de 20e eeuw krijgt de Orde als mannenbolwerk tegenhangers in de Orde der Gemengde Vrijmetselarij: ‘Le Droit Humain’ en de Orde voor vrouwen: Vita Feminea Textura (Weefsters). Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbiedt de Duitse bezetter het bestaan van deze bewegingen evenals van communisten, Rotary en andere.
De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, welke in december 1756 door de afvaardiging van tien loges in het leven is geroepen, behoort tot de oudste genootschappen in ons land naast de kerkgenootschappen.
Al vóór 1931, het jaar waarin de loge Licht en Vrijheid werd opgericht, moet er in Eindhoven al sprake of aanwezigheid van Vrijmetselarij zijn geweest. In boedelinventarissen uit het eind van de 18e eeuw staan ‘20 wijn Romers Franc Masson’(1775), ‘15 franc masson wijnglaaskes’, zilveren ‘troffel’ en ‘degen’ (1784), ‘2 kanonnekes’ (1789 en 1791) genoemd. Een maçonniek drinkglas (‘kanon’), dat te voorschijn is gekomen uit de (afval)gracht bij Ravensdonk bij de opgraving in 1990, maakt deze vermelding zichtbaar.

In de jaren 1860 en 1870 worden Eindhovenaren, zoals de textielfabrikanten Elias, in de Loge ‘Het Vrij Geweeten’ te Breda opgenomen. Immers van de kant van de Rooms-katholieke kerk wordt het lidmaatschap van de Vrijmetselarij als een geheim en dus bedreigend gezien en wordt het genootschap verboden, zoals in de encycliek ‘Humanum Genus’uit 1884 verwoord. Later bezoeken vrijmetselaren uit Eindhoven ook de bijeenkomsten van de loge ‘de Edelmoedigheid’ in ‘s-Hertogenbosch. Na een mislukte poging in 1917/1918 om tot een Vrijmetselaarskring te komen is de tijd met de komst van de andersdenkenden naar Eindhoven eind jaren 1930 rijp om een Loge te stichten, wanneer 25 Vrijmetselaren, merendeels Philipsemployés, in Eindhoven woonachtig zijn. De Stichting Het Lindenberghfonds wordt opgezet om te zorgen voor een gebouw, inventaris en bibliotheek. Met financiële steun en de in bruikleen ontvangen inventaris van de noodlijdende Loge ‘La Perséverance’ in Maastricht ziet de Stichting kans grond aan de Potgieterstraat te kopen.Hier verrijst dan het Logegebouw met twee zalen en beheerderswoning. De constitutiebrief van de Loge ‘Licht en Vrijheid’- nr. 141 met de kleuren blauw en oranje en onder de zinspreuk Bouw en Vertrouw - dateert van 18 juni 1931- wordt op 1 november 1931 de Tempel of Werkplaats plechtig ingewijd. De Eindhovense leden bij Loge ‘De Edelmoedigheid’ laten zich overschrijven, nadat de Vrijmetselaarskring Tiel bereid is tot de Bossche Loge toe te treden, waardoor de Loge in 1950 naar Tiel zal verkassen.


Direct na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt de Vrijmetselarij verboden en hun vermogen en bezittingen verbeurd verklaard. ln 1941 vindt er in Eindhoven een ‘tendentieuze’ expositie over de Vrijmetselarij plaats, waarin de broederschap als een vijandige organisatie wordt afgeschilderd. Het logegebouw wordt door sigarenfabrikant Van Abbe aangekocht en na moeizame onderhandelingen eerst in 1949 teruggekocht door Het Lindenberghfonds. Het pand moet herbouwd worden, omdat het na de bevrijding op 20 september 1944 door een brandbom werd verwoest. Men huist in de tussentijd op de zolder van de Nutsschool aan de Oranjestraat, die aangepast is. Naar plannen van architect-broeder Wegerif wordt de herbouw in 1954 gerealiseerd en op 5 februari 1955 wordt de nieuwe Tempel/Werkplaats ingewijd.
Door de toename van het aantal leden wordt aan het Hoofdbestuur gevraagd een tweede Loge te mogen stichten.

Op 13 februari 1954 wordt de Loge ‘Rosa Alba’- nr. 190 met de logekleuren blauw, wit en oranje bies - opgericht. Op 13 december 1969 als derde Loge ‘Het Derde Licht’- nr. 254 met de distinctieve kleuren blauw en wit. En in 2013 als vierde loge ‘De vier jaargetijden.’ Nr. 306 met de logekleuren rood, blauw geel en wit opgericht. Rond de 170 mannen uit de stad en regio maken momenteel deel uit van deze vier Loges.

''De kritische houding is de basis van het zoeken naar kennis'

-Popper-